Wees niet gejost en trek eropuit in de Eifel met Jos en Arthur
Tochtverslag van de Kampeertrekking Eifel in juli ’25, door Wivine Heynderick (onder de routes)
PROLOOG
Voor alle technische gegevens, ga alstublieft te rade bij de mannen (9 op 10 van ons gezelschap), die hebben allerlei technische snufkes bij die haarfijn alle hoogtemeters, hellingsgraden, bochten, supermarkt- en appeltaartlocaties en zelfs hartslagen monitoren.
Ik – enige vrouw – heb dat niet: ik kijk rond, fiets en vind dat heerlijk.
Lees: hier komt een sfeerverslag 🙂 .
HITTE
Ik heb niet snel schrik, maar zo’n aangekondigde 1e hittedag met 36° maakt me toch enigszins ongerust, aangezien ik me boven de 25° al snel een pruttelende stoofpot voel.
Het blijkt echter reuzegoed mee te vallen, als je je maar om de 2 uren goed nat giet.
Bovendien passen onze gidsen, menslievend als ze zijn, de route aan naar minder hoogte-kilo-meters: fantastisch galant en zorgzaam. En niet ongevoelig voor enige sociale druk.
FILOSOFIE VAN DE STOP
Het moet gezegd: we zijn een bont gezelschap, met heel diverse karakters en uitrusting, maar het fietst als een fantastisch gezwinde bende, die over knabbelpauzes en bevoorradingsstops gemoedelijk, ja zelfs democratisch overeenkomt, en mekaar ook ’s avonds aan tafel of op de camping vindt in gesprekken. Wat een geschenk is dat!
Opmerkelijk wel: er worden geen plasstops ingelast (‘hoe doen die mannen dat’, dacht ik zo, terwijl ik het parcours afspeurde naar hagen en hoog opgeschoten koolzaadvelden), enkel een paar depannagestops voor onschuldige afvallige kettingen.
Dat komt ervan, van al dat razen. Ja ,we hadden een behoorlijke vaart, want als je behoorlijk klimt, wil je ook dubbel zo behoorlijk naar beneden. ‘Schaaaa-ke-len!!!’ was de meest gehoorde roep…
Bij zo’n stop vertrek je overigens altijd ‘binnen 3 minuten’.
WONDERLIJK PARCOURS
5 dagen klimmen en dalen door variërende landschappen, met rivierdalletjes en -beddingen, afgewisseld met vele plateaus, haarspeldbochten, verlaten dorpjes, weilanden (opvallend veel graanlandschappen in vgl. met ons maïsVlaanderen), door holle wegen, en vooral… autoluw. Stuk voor stuk parels van landschappen met talrijke vergezichten, waar je als je niet oppast zo weer voorbij bent gezoefd, gezien de razende afdalingen. Maar voor de wijze halthouder zo nu en dan, komt er altijd een wonderlijk uitzicht als beloning.
Nog het meest ongelooflijk vind ik dat alles zo uitstekend volgens uitgedacht plan verloopt –Jos heeft het parcours zelfs al voor- of ingereden– waardoor afslagen of kruisingen bijna nimmer gemist worden. Die technische snufkes zijn nog zo gek niet, denk ik dan, al kunnen ze ons niet behoeden voor het binnenrijden van een mountainbikewedstrijdparcours op het einde van de tocht. Flauw toch, dat we niet in de prijzen vallen.
INZICHTEN
Nu dan, als nieuwkomer bij de Vakantiefietser – mijn derde tocht, en mijn eerste kampeertocht – deel ik graag even mijn frisse blik over deze opmerkelijke organisatie. Ik kom tot volgende inzichten:
Rollend materieel
De meerderheid rijdt met Tadzjikistanfietsen (nog nooit van zo’n merk gehoord, maar ze zijn biezonder geliefd), een paar met een luchtige, lichte trekkingracefiets en deze enkeling (’t groentje) met een ordinair stadsfietsje, alweer op elektriek, ja.
‘Hebt ge daar al eens een tocht mee gedaan?’ klonk het enigszins verbijsterd.
Sommigen zijn er rotsvast van overtuigd dat een mens niet kan zweten op zo’n ding. Welnu, dit exemplaar wel hoor (voor elke dag een ander T-shirt. Anderen komen toe met T-shirt per 2 dagen, knap…)
De inwendige mens
Meer dan twee derde rijdt echt op zoet, wat mij dan weer verwondert, want ik rijd op zout.
De duizelingwekkende hoogtemeters doen een mens soms ijlend verlangen naar een gezapig appeltaartritje, maar niets daarvan.
De toon voor de pauzes is vanaf dag 1 gezet: “Tijd voor een appeltje?”, glimlacht Jos. Ik denk dat het een grap is, zo tegen de gekende ‘appelflauwte’, maar warempel, bij elke bevoorradingsstop komen de mannen met appels en bananen voor den dag. Mijn zakken zitten al van thuis vol met pakken pinda’s en tortillachips en quinoakoeken (gelukkig juist op na dag 5) en dat maakt dat ik wat ‘breed’ fiets.
* 9 op de 10 ontbijt met nepkoffie. Dat is werkelijk het meest verbijsterende gegeven. 1 op de 10 pakt een waterkoker en zo’n doorduwerke mee die veel te grote ogen van de nepkoffiedrinkers tot gevolg heeft.
* 9 op de 10 kookt op gas, 1 op elektriek. Rara, wie houdt zo van kernenergie(Fr)/windenergie (B)?! Dit ondanks de aanwezigheid van een heuse hernieuwbare-energie-expert in onze eigen rangen. Ongelooflijk. De toekomst schijnt te zijn aan koken op zon, wind of geothermie. Een diep putteke graven dus.
* Een ontdekking: er bestaat zoiets als ‘Decathlon-eten’ als je niet uit eten wilt. Gewoon in een potje doen en water d’r op, een variant van het astronautenvoer? Wat is de mens een creatief wezen.
Want een fietstocht is meer dan fietsen alleen
* ’t Is niet allemaal fietsen wat ’t leven maakt: neem ook je zwemgerief mee voor een duik, of je verrekijker voor een stop onderweg, maar stop NOOIT plots onderweg, op het midden van de baan, om een rode wouw te spotten. ‘Wou-houw’ klinkt het dan algauw achter je, of erger, nen echte vloek.
* ’s Avonds bij het genieten van de weldadige ‘in-de-natuur- slapen-stilte’ (klaterend riviertje, vogels die zingen…) lig je stil en draai je je niet meer om op zo’n dik plonzend luchtbed, wegens nachtlawaai, of je koopt een smart-/dun matje.
* Stel je open voor de wonderen van het onderweg zijn: wip eens een kerk binnen, en je krijgt een orgelconcert, waarvan de klanken een troost zijn bij de smart van het eenzame ‘bijbeentraject’ dat je naderhand te wachten staat.
* Fiets met de glimlach – weer of geen weer, kijk nooit zuur – want misschien word je gefilmd (door 1 op de 10). Maar als het echt giet, dan staat de camera niet op en kan je gerust stoppen met glimlachen.
Duizend keer merci
De allerbelangrijkste tip: draag zorg voor je organisator(en), die is/zijn goud waard. Volg die echter niet slaafs, maar bewust en wakker. Ook al is hij/zij onfeilbaar, je weet nooit of die op de allerlaatste dag ’s ochtends wel vlotjes de uitgang van de camping vindt.









Goesting in meer tochtverslagen?