Verslag door Luc Allemeersch, tochtbegeleider (onder de routes)

ZW-Duitsland. Overnachtingsplaatsen met route.
Doorlopende blauwe lijn: met fiets. Stippellijn: met trein.
We komen samen in de (voor)avond aan de Jugendherberge van Heilbronn (voor alle JH’s die ons ontvangen, klik hier). Er is een internationaal jongerengezelschap aanwezig: een zomercursus Deutsch?
8 deelnemers komen met personenwagens. 7 deelnemers met trein + fiets.
Leeftijd varieert grofweg tussen 55 en 75 jaar (8 vrouwen en 7 mannen).
6 deelnemers zijn Elektrofahrer (= met hulpmotor), 9 Biofahrer.
JH Heilbronn is een moderne stadsjeugdherberg, ingeplant in een randstadsvernieuwing (oud havengebied). Dichter bij de binnenstad ligt klemtoon op groen- en recreatie. Deze site was in 2019 laureaat van de Bundesgartenschau als bekroning voor geslaagde parkinrichting. Verderop is een kantoren/industriegebied aangelegd
We starten op het brede jaagpad van de Neckar, geprangd tussen snelweg/bewoning en gekanaliseerde rivier. Het is een minder interessant gedeelte van de 335 km lange Neckartal Radweg.
Snel verlaten we het brede dal van de Neckar en beginnen we onze tocht in de vallei van de Kocher. Meer details van de Kocher-Jagst Radweg, die we volgen vind je hier .
Het vlakke parcours biedt toch heel wat afwisseling met beboste, steile hellingen, grote velden, burchten op toppen en regelmatig stadjes.
Het warme microklimaat zorgt er voor nogal wat wijngaarden. Zo fietsen we vlak voor de middag langs het historisch wijnstadje Forchtenberg. Iets verderop belanden we in een beschaduwd kinderspeeltuintje, ideaal op deze snikhete dag. Daarnaast kunnen we zelfs pootje baden in de Kocher.
Na de middag kronkelt de Kocher verder in zuidelijke richting. Deze namiddag is het meer bebost. Ik maak me de bedenking dat een toeristische fietsroute nauwelijks kwaliteitsvoller kan zijn dan hetgeen we vandaag beleefd hebben. Iets later komen 2 ervaren deelneemsters – los van elkaar- me de vraag stellen of ik een nog betere route ken dan hetgeen we vandaag gereden hebben.
Ondertussen rommelt het in de lucht die paars ziet maar voor ons blijft het droog. We zijn tijdig in Schwäbisch Hall zodat we een kleine Eiszeit kunnen inlassen: er is keuze tussen 2 of 3 bollen en meer dan 10 smaken.
Pas op het einde van deze lange maar vlakke tocht volgt er een hellinkje naar de JH in Schwäbisch Hall.
Klauteren naar de Kocherbron (en de afhaalturk)
Zaterdag 16/08: Schwäbisch Hall – Oberkochen (Hotel***); 74 km, 475 m ↗
Op zaterdagmorgen fietsen we door de nog rustige binnenstad en een langgerekt stadspark langs de rivier. We blijven op dezelfde ****fietsroute in de Kocher-vallei.
We verlaten wel snel de dalbodem en er volgen een paar korte maar stevige klimmetjes tot halverwege de dalflank. Na Gaildorf zoeken we terug meer de vlakke dalbodem en de rivier op.
Na de middag wordt de Kocher kleiner en kleiner. In de namiddag hebben we tijdens deze rustige rit tijd voor een bezoekje aan Aalen, een stad met wortels tot minstens in de Romeinse tijd.
10 km verder hebben we onze bestemming bereikt. Dan zijn we zowat aan de bron. We overnachten in Gasthof Pflug, waar we in een envelop onze sleutels van de kamers en de buitendeur vinden. Zou iedereen – inbrekers incluis – hier op verlof zijn?
Het is natuurlijk een deel van mijn strategie om streken te bezoeken waar het dan grote vakantie is. De jeugdherbergen, die er vooral voor schoolkinderen zijn hebben zelden plaats tekort. Dan ligt een aanzienlijk deel van de bevolking te bakken en te braden ergens aan een Spaans, Grieks of Turks strand.
Hier is het effectief ook zo; het Gasthof biedt geen avondeten wegens te weinig gasten. De 3 restaurants (Duits, Italiaans en Aziatisch) blijken ook op verlof. Gelukkig kunnen we nog terecht bij een afhaalTurk waar we als haringen in een ton een pizza verorberen terwijl we naar het losgebarsten onweer turen.
Na het onweer tijdens een wandeling nog een gesprekje met een oudere, plaatselijke bewoner. Zijn vrouw is zwaar ziek en hij was blij een praatje te kunnen maken. Hij had hier altijd in een groot bedrijf gewerkt maar zijn taal klinkt weinig ‘Schwäbisch’. Bij voorzichtig navragen blijkt het te kloppen: zijn moeder (uit Pommern, nu Polen) en zijn vader (Wehrmachtsoldaat uit Sudetenland, nu Tsjechië) hebben elkaar in een vluchtelingenkamp of nooddorp na W.O. II leren kennen en zijn – zoals zovelen- verder westwaarts getrokken.
Vaarwel Kocher, nu schakelen we na korte tijd over op de vallei van de Brenz en volgen een andere ****route, de Württemberger Tälerradweg tot Ulm. De stadjes volgen elkaar snel op maar wij rijden vooral autovrij of autoluw.
Ondertussen zijn we in het Donaubekken beland, het afstromend water vloeit van hieruit niet langer naar de Noordzee maar naar de Zwarte Zee.
Vandaag is de route minder ideaal dan de vorige dagen maar verdient toch nog een 7 à 8 op 10. Wat betekent dat we o.a. soms een afgescheiden fietspad naast een weg met nogal wat autoverkeer hebben.
Na een paar uur bereiken we een opener en vlakker landbouwlandschap. We hebben de brede laagte van de Donau bereikt. Het laatste uur fietsen we dichtbij de Donau.
Weinig hellingen vandaag, dit betekent dat we vroeg in Ulm aankomen en nog tijd hebben voor een stadsbezoek van een uurtje onder deskundige leiding van Paul met natuurlijk zwarte paraplu. De JH ligt boven en voorbij de stad met mooi uitzicht over de Donauvallei.
Ulm vormt samen met Neu-Ulm een middelgrote stad met 200.000 inwoners met heel wat bezienswaardigheden.
Op deze vrije dag kiezen sommigen voor een uitgebreid stadsbezoek. Anderen maken een rustig tochtje van 50 km in het eerder vlakke Alpenvorland en keren terug langs de Iller, een rivier die zowat recht van de Alpen naar de Donau stroomt.
We schakelen over op de fietsroute in de bovenloop van de Donau. We volgen niet altijd de toeristische route, soms ook de functionele route; anders zou het te lang zijn. Goed gerecupereerd beginnen we aan een langere rit in het nog brede Donaudal.
Vlak is het allerminst om te vertrekken, eerder sterk golvend met hoogteverschillen van 50 à 100 m. Links beneden stroomt de Donau. Bij extreem helder weer zouden van hieruit de Alpen te zien zijn maar dat is niet het geval. We rijden vooral door open landbouwlandschappen.
Bij het winkelen stellen we een platte band vast. Die wordt stante pede door onze beroepsfietshersteller vervangen maar hij raadt ook aan een nieuwe buitenband te kopen. Na wat googelen zou dat binnen een klein uurtje fietsen mogelijk zijn. Anderen maken van de gelegenheid gebruik om preventief wat reserve-onderdelen te kopen. Dit was zowat het enige materiaalprobleem(-pje) tijdens deze ganse fietsvakantie.
De middagpauze nemen we bij een kapelletje met mooi uitzicht over de Donauvallei. Na de middag wordt het dal smaller maar voor ons wordt het vlakker. Het laatste uurtje wordt het Donaudal zeer smal en de weg wat avontuurlijker (lees: niet geasfalteerd). Pas in Sigmaringen moeten we even klimmen naar onze verblijfplaats, niet voor niets een jeugdherberg.
Deze voormiddag maken we kennis met het aantrekkelijkste gedeelte van de Duitse Donau; 50 km afgescheiden fietspad in het diep ingesneden dal dat doorheen de kalksteenmassieven van de Schwäbische Alb snijdt. We blijven in de smaller wordende vallei maar het gaat wel veel beperkt op en af. Weinig bewoning maar wel van die typische houten bruggen die we in én rond de Alpen aantreffen.
Druk is het vandaag niet op de beroemde Donauradweg. Dit heeft vooral met het weerbericht te maken: regelmatig lichte regen en in de namiddag wat meer.
Na een bezoek aan het klooster van Beuron -althans het bezoekersgedeelte- stoten we op een ideale middagstop bij dit druilerige weer: een oude schuur bij een restaurant waar we bij een kiosk lekkere Suppe en allerlei Wurst kunnen bestellen.
In de volle namiddag verlaten we de Donau en begint het minder lichte gedeelte met een klim van 640 m naar 940 m hoogte bovenop de Schwäbische Alb. Hiervoor nemen we een andere ****fietsroute, de Schwäbische Alb Radweg. Deze is relatief nieuw ontwikkeld. Zo is de klim op kaarten van websites nog als ‘fijn grind’ ingetekend terwijl die geasfalteerd is; niet zo steil, zowat 6% zodat we zonder zware inspanning alle tijd hebben om in de omgeving rond te kijken. Gemotoriseerde vierwielers en snelle tweewielers ontbreken omdat de weg voor hen te smal is en er parallel in een dal een weg met dubbele rijstrook aanwezig is.
We kunnen rustig de begroeiing in ons opnemen en naar de koeien staren – en zij naar ons. Vergezichten ontbreken echter met de lichte regen. Net voor onze bestemming bereiken we bijna 1.000 m. We zitten net niet in de wolken. Spijtig want op deze hoogste punten staan ook enkele uitkijktorens met -bij zeer helder- zicht op het Zwarte Woud en de Alpen.
We logeren en eten in een hotel dat ook een boarding house blijkt te zijn. Die Mutti heeft lekkere ‘Schwäbische’ kost voor ons klaargemaakt. Heerlijke ovenschotels met veel variatie; een feestmaal vergeleken met de Spaghetti bolognaise die we reeds enkele keren op de JH’s gekregen hebben. Ondertussen zijn de hemelsluizen geopend.
’s Morgens vroeg zijn de hemelsluizen nog altijd geopend. En het zou de ganse dag duren met zo’n 20 à 30 mm. Hier, net ten noorden van de Alpen, valt het nog mee. In de Alpen zelf en Noord-Italië zijn het van die toestanden met auto’s die door de straten drijven.
Rijden wij hierdoor? Met of zonder bril, er zal zo goed als niets te zien zijn. Gevaarlijk ook met nogal wat klimmen en vooral bijhorende afdalingen op een overstroomd wegdek. Hier op zowat 800 m hoogte zitten we net niet in de wolken. Een navraag bij de volgende JH leert ons dat ze een eventueel uitstel – we zouden daar 2 nachten blijven- begrijpen. Om te annuleren is het zeer laat en we zullen spijtig genoeg geen geld terugkrijgen. In het hotel zelf is het geen probleem om een dag langer te blijven. We krijgen ook de grote eetzaal ter beschikking om naar de regen door het raam te kijken.
Na een rondvraag bij de deelnemers waarbij een 3-tal mogelijkheden aan bod komen beslist een grote meerderheid van de groep om hier vandaag te blijven. Er worden allerlei verhalen bovengehaald. Er ontstaan enkele gespecialiseerde werkgroepen; tuinieren als net geen bijberoep, rummikup voor gevorderden en natuurlijk teek-faaiv voor de intellectuelen. Een enkele deelnemer, je weet wel -Paul met de grote, brede paraplu – waagt zich in de namiddag aan een heuse wandeling.
Die Mutti blijkt even geëmancipeerd als onze dames uit het gezelschap. Vanavond geen Schwäbische kost want ze gaat op stap. We worden doorverwezen naar het Italiaans restaurant aan de overkant van de straat. Gelukkig hebben ze daar nog iets anders op het menu dan Spaghetti bolognaise.
Bij het betalen vraag ik aan de hoteluitbater wat boarding house exact betekent. Het blijkt Neudeutsch te zijn voor een verblijf waar je een kamer huurt en in een gemeenschappelijke keuken zelf je potje kan koken. Het wordt hier gebruikt door Oost-Europese seizoenarbeiders die door de gastheer wel als nette Leute omschreven worden.
Niemand kiest ervoor om vandaag gedeeltelijk de trein te nemen. De vermoeidheid heeft nog niet toegeslagen. Integendeel; de conditie blijkt verder opgebouwd.
Het begin valt best mee. Ondertussen is het asfalt opgedroogd en het gras zo groen als nooit tevoren. Alleen de vogeltjes fluiten niet (meer): zijn ze hun pluimen nog altijd aan het droog schudden of valt de 2e helft augustus buiten de zangperiode? Het 300 m lager gelegen stadje Rottweil met zijn schattige hondjes laten we wijselijk links liggen. Helemaal in het westen kunnen we zelfs het Zwarte Woud ontwaren. Wat een verschil met gisteren. We dalen geleidelijk de Alb af in een afwisselende omgeving tot in Balingen.
Na inkopen in dit stadje moeten we de komende 15 km terug de Alb op. Dit gebeurt wel geleidelijk en in ‘trapjes’: 3 km klimmen, dan 2 km vlakker enz. Achter ons ligt de vlakte en geïsoleerd hier en daar een heuvel met plat dak, al dan niet met een kasteel erop.
Tijdens de middagstop hebben sommigen een gesprek met een schaapsherderin. Na de middag zit het lange klimwerk er op. Het blijft wel met kortere maar steilere hellingen; op grind en meer dan 15% bergop zijn het alleen de gemotoriseerde tweewielers die niet afstappen en sorry, Ton natuurlijk ook niet. We rijden op het dak van de Alb, nu eens door naaldbossen, dan weer door uitgestrekte weilanden of natuurgebieden met jeneverbessenstruiken.
Bij een namiddagstop is een plaatselijke dame verwonderd geen Duits te horen spreken in een fietsersgroep. Zo ontstaat er opnieuw een praatje.
We overnachten in een jeugdherberg, voorzien op (winter-)sportactiviteiten.
In de voormiddag blijven we nog boven op de Alb fietsen, met regelmatig op en af, zelfs even afstappen. Regelmatig blijven er vergezichten aan de linkerkant. We volgen nog steeds de Schwäbische Alb Radweg. Vandaag is het weekend en bij sommige bosparkings en afspanningen valt het wel op.
Na Groβenstingen dalen we op de fietsroute, net als een lokaal maar functionerend spoorlijntje, langs een klein valleitje zeer geleidelijk. De heerlijke afdaling in dit prachtig dal is zo’n 15 km lang. Daarna volgt een – helaas- laatste klim van 100 m↗ van deze reis.
In Münsingen houden we middagstop in een klein recreatieparkje. Na de middag dalen we over 25 km van 750 m naar 350 m. We gebruiken hiervoor een smal dalletje dat bovenop de Alb begint en tot Bad Urach smal blijft. Het is fijn grind en het bolt vanzelf met weinig remmen, vooral in bossen. Dichter bij Bad Urach verschijnen er rotspartijen met kalkgraslanden. Ik persoonlijk zou dit liever bergop rijden aan 10 à 12 per uur in plaats van bergaf rijden aan 25 per uur waarbij je hoofdzakelijk op het wegdek moet letten en beperkt aandacht kan/mag besteden aan de omgeving.
Kortom, ik ben geen mountainbiker en al helemaal geen downhiller. Voor personen die deze hobby beoefenen bestaat er een mooi overkoepelend woord in het Nederlands: een waaghals maar vooral voor de downhillers dan eerder in de letterlijke betekenis van het woord.
Bad Urach moet in het verleden een mondain kuuroord geweest zijn. Verderop laten we ons uitbollen tot in het station van Metzingen. In 3 groepjes van 5 personen kunnen we allen op dezelfde trein naar Heilbronn. Deze treinreis doorheen het Neckartal duurt zo’n 100 minuten.
Eenmaal buiten het station bereiken we snel de parkzone van de Bundesgartenschau waar zich ook de JH bevindt. Vanavond geen andere groepen; alleen enkele gezinnen of jongeren op doortocht.
Het venijn zit bij mij in de staart. Na nogal wat twijfel gisteren blijk ik dan toch platte band te hebben. Veel fietsen moet ik niet meer. Joke heeft me een zeer lange lift aangeboden, zowel voor heen- als terugreis. Die 3 km tot aan het kerkhof van Heilbronn-Nord, waar haar personenwagen staat, zal op een geleidelijke leegloper nog wel lukken.
Als klap op de vuurpijl blijkt Joke geen leegloper te hebben maar een duimspijker in haar buitenband. Maar de buitenband is van een merk dat garantie biedt, zelfs bij duimspijkers. En inderdaad, dit is hier ook het geval. Achteraf helaas vernomen dat bij het verwijderen van de duimspijker alles leeggelopen is………………..






Goesting in meer tochtverslagen?