Tochtverslag door Erik De Weerdt (onder de routes)
Op het menu
Voorgerecht: Tochtleider Guido serveerde een dagtocht van Landen (trein) naar Blegny (mijn) voor een tiental fietsers. Eén extra deelnemer haakte onderweg, bij een Vrienden op de Fiets-adres in Gingelom, zijn (haar?) wagonnetje aan.
Hoofdgerecht: Van vrijdagavond tot zondagnamiddag verbleven we op de oude mijnsite van Blegny met 19 personen (20 min één last minute afzegging wegens motorproblemen).
Nagerecht: De onverzadigbaren fietsten vanuit Blegny of het treinstation rechtstreeks naar huis.
Het publiek
Dat bestond uit een mooie mix van 70-ers, 60-ers en 50-ers (40-ers, 30-ers, 20-ers en zelfs straffe tieners zijn ook welkom voor volgende tochten!). De man-vrouwverhouding was licht scheef, maar alleen in aantal, niet in kwaliteit. We fietsten met oude bekenden, vrienden die we jaren niet hadden gezien én nieuwkomers. Ook qua fietsen was er variatie: bio-rijders, alsof-bio-fietsen (a.k.a. Pendix) en elektrische fietsen. Goede wegkapiteins zorgden ervoor dat niemand achteraan hoefde te bengelen.
Wat met het weer?
Slecht weer bestaat niet voor een vakantiefietser met goede kledij. Of dat nu merkkleding is, een kartonnen windscherm onder het T-shirt, of zelfs een ingebeelde regenbroek omdat het waterdichte exemplaar thuis is blijven liggen.
Vrijdag fietsten we in korte broek en korte mouwen. Zaterdag moest alles uit de kast (of fietszak).
We vertrokken een uurtje later toen de zwaarste buien waren uitgeregend. Tussen motregen en wolkbreuk door picknickten we onder een lentezonnetje. Rukwinden zorgden ervoor dat sommigen van het rechte pad afraakten. In volle afdaling werden we verrast door een hagelbui met donderslagen. Maar nog geen sneeuw (zeker geen zwarte sneeuw)!
Maar dan was het tijd voor… het mirakel van Val-Dieu: na het nuttigen van een abdijbiertje in de warmte van de abdij was de hemel helemaal opgeklaard. Een mooie RAVeL bracht ons terug naar douche en avondmaal.
Het parcours:
Vrijdag: Licht glooiend door Haspengouw op een semi-verkeersvrij parcours naar Oreye, Crisnée, Xhendremael en het fort (en voormalige gevangenis) van Lantin. We daalden af naar de Maas en tackelden een eerste echte klim naar de vijvers van La Julienne, waar we de dorst lesten om niet te vroeg in Blegny-Mine aan te komen. Onderweg volgden we plan B (de verkenning had uitgewezen dat sommige stroken slecht berijdbaar waren), met wat improvisatie omdat plan A in de GPS’en was geladen.
Zaterdag: Dankzij de terreinkennis van de tochtleider reden we door de mooiste baantjes en landschappen van de streek. Vanuit Aubel klommen we pittig naar het Amerikaanse oorlogskerkhof van Henri-Chapelle. Via RAVeL L38 naar Hombourg voor een picknick met warme chocomelk (of ander gerstenat). Daarna via Sippenaeken, het Beusdalwoud en de Voerstreek (meer op dan af) naar de abdij van Val-Dieu. We knoopten stukken Ballade des Pommiers, Ballade des Poiriers en RAVeL L466 aan elkaar om in schoonheid terug naar de gîte te rijden.
Zondag: We vertrokken relatief laat (na het mijnbezoek en nadat de wolken waren uitgedruppeld) naar het dak van de tour: de Côte de Noblehaye (310 m). Via RAVeL lijn 38 en het plateau van Herve rolden we in dalende lijn naar Luik-Guillemins. Met een combinatie van defecte en werkende liften en hellende vlakken kregen we alle beladen trekpaarden in de fietswagon huiswaarts.
Terloops
Nul lekke banden – knap staaltje werk gezien alle kastanjebolsters, eikels, takken en wegenwerken onderweg. De kilometers en hoogtemeters? Prima binnen bereik van de accu’s.
De zintuigen
Het gezoem van elektromotoren bergopwaarts, de piep van Garmins, wegschietende eikels. Slalommen tussen afgewaaid bladgroen en dode takken.
Fotografisch licht, schitterende decors en panorama’s – onder donkere wolken én blauwe hemels – die we graag opnieuw bezoeken ten tijde van bloesems of onder een zomerzonnetje. De fietsbel om wandelaars te waarschuwen.
Lokale bieren proeven (niet altijd eenvoudig om een cafeetje te vinden in de namiddag). Verse baksels van de dorpsbakker.
Het verblijf
Comfortabele tweepersoonskamers met eigen badkamer, een uitstekend ontbijtbuffet en een driegangenmenu als avondmaal. Op zaterdagavond moest de kok zich dubbel plooien en de capaciteit van de keuken verdelen over twee groepen. Gelukkig hadden de wandelaars al zwaar geaperitiefd, zodat er voldoende overbleef voor de hongerige fietsers.
Kers op de taart
Het bezoek aan de steenkoolmijn van Blegny. Een bevlogen en beslagen gids nam ons met zin voor humor mee door 300 jaar koolmijngeschiedenis in de Lage Landen, tot 60 meter onder de grond (waar het warmer was dan boven). UNESCO-werelderfgoed en een bezoek meer dan waard. Na de picknick in de mijnkantine laadden de automobilisten hun trekpaard op het fietsrek en fietste de andere helft van de groep richting station.
Dankwoord
Dank aan Guido voor de perfecte bereiding van het menu, aan Lieven om het vuur voor de toekomst van de Vakantiefietser aan te wakkeren, en aan iedereen om erbij te zijn, ervaringen te delen en lief te zijn voor elkaar, het milieu en de aanwezige Nederlanders.
De afwezigen hadden ongelijk en zijn gewaarschuwd: de plaatsen voor een volgende tocht zijn snel uitverkocht.

















Goesting in meer tochtverslagen?